Menu Sluiten

‘Voetbal geeft Brazilianen collectief zelfvertrouwen’

Leonidas vergaarde roem met zijn Bicicleta.
Leônidas da Silva met de Bicicleta.

‘Via voetbal worden we naar het koninkrijk van gelijkheid en sociale rechtvaardigheid geleid.’
Roberto A. DaMatta

In Brazilië betekent voetbal meer dan elders in de wereld. Antropoloog Roberto A. DaMatta verklaart dat door de bijzondere koloniale historie van zijn land, waar de gigantische ongelijkheid van het dagelijks leven binnen voetbal wegvalt.

Rob Velthuis

In de metro van Maracanã richting centrum van Rio de Janeiro zit tegenover ons een huilende man van middelbare leeftijd. Zijn club heeft in ’s werelds beroemdste voetbaltempel een zware nederlaag opgelopen. Tevergeefs probeert zijn zoontje van een jaar of tien hem te troosten.

Dit aandoenlijke beeld is symbolisch voor het collectieve verdriet van Brazilië elke keer dat de Seleção de wereldbeker niet wint. Het recordaantal van vijf wereldtitels kan met geen mogelijkheid de drama’s wegpoetsen van al die andere toernooien. Voor Europeanen is het moeilijk voor te stellen hoe massaal en gepassioneerd Brazilianen met voetbal meeleven. Er zelfs hun leven door laten bepalen, tot in de dood. Met het ingegraveerde logo van hun club op de grafsteen.

Voor de invloedrijke Braziliaanse antropoloog Roberto A. DaMatta is de houding van zijn landgenoten volstrekt begrijpelijk. Intellectuele neerbuigendheid over voetbal is aan hem niet besteed. “Elke trots die mensen toebehoort heeft een serieuze kant”, aldus de 86-jarige professor aan de universiteiten PUC in Rio de Janeiro en Notre Dame in Indiana, VS.

Aanbidding

“Er wordt vaak gezegd: het is maar voetbal . . . Zo is het dus niet. Het is beter trots te zijn op voetbal dan op oorlog. Maar vergelijk onze aanbidding voor voetbal niet met religie. Religie is veel ingewikkelder, mensen vermoorden elkaar daarvoor. Net als voor politieke systemen.”

DaMatta is niet alleen jong genoeg om nog te werken, hij is ook oud genoeg om tijdens het WK van 1950 met zijn vader en vier broers in Maracanã Brazilië te hebben zien winnen van Joegoslavië. Zijn fascinatie voor voetbal resulteerde in diverse publicaties en optredens in discussieprogramma’s op televisie.

DaMatta schreef over de WK-nederlaag in de slotwedstrijd tegen Uruguay van 1950: “Het is misschien de grootste tragedie van de moderne Braziliaanse geschiedenis. Omdat het collectief gebeurde en omdat het een voor iedereen zichtbaar symbool was van het missen van een historische kans. Omdat het gebeurde aan het begin van het decennium waarin Brazilië vooruit keek om zichzelf te bevestigen als een natie met een grote toekomst. Het resultaat was een niet aflatende zoektocht naar verklaringen voor, en schuld aan, de schandelijke nederlaag.”

Analfabeet

Tijdens het interview dat ik in 2013 in de aanloop naar het tweede Braziliaanse WK met hem had, vult hij aan: “Brazilië was destijds in handen van een kleine groep machtige mensen. We bouwden het grootste stadion in de wereld, terwijl er niet eens fatsoenlijke scholen of ziekenhuizen waren. Tachtig procent van de bevolking was analfabeet, onmondig, daarom klaagde niemand. Deze tegenstelling werd als volstrekt vanzelfsprekend beschouwd.”

“Tegenwoordig is alles anders. We kennen de kosten van publieke projecten. Mensen klagen niet alleen over de kosten van het WK, maar ook over slechte gezondheidszorg en onderwijs. Die zaken hoeven elkaar niet te bijten, maar doen dat omdat de overheid haar werk niet goed doet. We hebben voldoende middelen voor zowel stadions als scholen en ziekenhuizen.”
“Maracanã was in 1950 de trots van het land. Het was niet alleen het beste toneel, we hadden ook nog eens een superieur elftal, het beste dat we ooit hadden. Het nietige Uruguay behoorde als provincie ooit tot Brazilië. Sinds het begin negentiende eeuw de onafhankelijkheid uitriep, is de rivaliteit groot. Dat alles maakte de deceptie des te vernietigender en de frustratie enorm.”

Roberto A. DaMatta

Vloek afgeschud

DaMatta hoopte tevergeefs dat het falen van 1950 de selectie van 2014 zou helpen tijdens het tweede WK in eigen land. “1950 zal na 2014 vergeten zijn. De vloek hebben we in 1958 afgeschud, en in ’62 en in ’70 weer, há, há! Al die pessimistische interpretaties van Brazilië hebben we toen overwonnen. (En met de wereldtitels van 1994 en 2002, RV). Nu hebben we maar één mogelijkheid om met het falen van 1950 om te gaan: herinner je dat falen niet als het einde, maar als het begin van nieuwe mogelijkheden om dat falen te overwinnen.”

Zo zou het falen van 2014 -de afdroogpartij van 1-7 in de halve finale tegen Duitsland- ook weer voor het WK in Qatar kunnen worden opgevat. Met wéér een team opgehangen aan sterspeler Neymar, die zowel in 2014 als in 2022 (tijdelijk) geblesseerd uitviel. En wéér een team dat de natie in die eeuwig terugkerende droefenis stortte. “Het is moeilijk om af te komen van culturele sporen. We zeggen hier altijd dat het wel goed komt op het eind. Maar zo is het niet, echt niet.”

Gedoemd

Dat voetbal in Brazilië veel meer betekent dan in de rest van de wereld, is volgens DaMatta goed te verklaren. “We hebben te maken gehad met afwijkend kolonialisme”, legt hij uit. “Waar elders klassieke kolonisten als Engelsen, Spanjaarden en Nederlanders vooral onder elkaar bleven, mengden de Portugezen zich hier met de oorspronkelijke bewoners. We kregen een mix van Portugezen die triest waren, Engelsen die lui waren en zwarten die zwart waren. En we stonden geïsoleerd omdat we Portugees spraken, geen Spaans zoals om ons heen. We waren een land gedoemd om te mislukken.”

“Plotseling verscheen deze nieuwe sport, gebracht door rijke Engelsen en geïmiteerd door arme kleurlingen die superieur bleken. Die Britten waren totaal anders dan wij. Groot en wit, ze uitten zich niet buiten die stijve glimlach en we vermoedden dat ze nooit seks hadden. Terwijl wij excessief zijn in alles wat met sensualiteit te maken heeft.”

“Die arme zwarten werden wereldsterren. Leonidas was fameus in Europa nadat hij in 1938 de bicicleta (scoren met omhaal en rug naar het doel, RV) uitvond. Spelers als hij waren van arme afkomst. Ze waren door ondervoeding klein en hadden kromme ledematen, zoals Garrincha, en dronken. Toch versloegen ze de reuzen, vooral de Engelsen.”

Sociale cohesie

“Wat belangrijk is, er valt niets speciaals in een land te ontwikkelen als je er niet van houdt. Voetbal was de eerste deur die voor Brazilianen werd geopend naar een zekere liefde. Een trots voor het hele land. Het werd een prachtig instrument van sociale cohesie.”

Net als in carnaval valt binnen voetbal de ongelijkheid weg. ‘Voetbal zorgt voor een open en zeer democratische gelijkheid omdat het volledig gebaseerd is op prestaties binnen onveranderde spelregels’, schrijft hij in Sport in Society, An Essay on Brazilian Football. ‘Via voetbal worden we naar het koninkrijk van gelijkheid en sociale rechtvaardigheid geleid.’

Grafstenen in Praia Grande.
Grafstenen met clublogo.

Hoe anders is dat in het dagelijks leven, waarin spelregels cq wetten constant worden aangepast. Vandaar dat futebol, met carnaval, het belangrijkste ingrediënt is van de Braziliaanse identiteit. En derhalve bepalend is voor ‘wat het is om echt Braziliaans te zijn, de zin van het leven en het relatieve belang van lotsbestemming en de processen in de sociale wereld.’ Kortom, een bloedserieuze zaak, gelijk met politiek en economie.

‘In voetbal worden mensen geclassificeerd op basis van hun individuele prestaties. Niemand wordt tot voetbalster gepromoveerd door familie, relaties of presidentieel decreet, maar door te bewijzen dat hij of zij bekwaam is. Dat is een zeer zeldzame ervaring in de Braziliaanse samenleving, waar iedereen zijn of haar plaats heeft en de goeden als goed worden geboren – quem é bom já nasce feito.’

DaMatta: “Voetbal was het eerste element dat Brazilië collectief zelfvertrouwen gaf omdat het daarmee sterk stond ten opzichte van Europa, waaraan alles werd afgemeten. Als je ze kunt verslaan met voetbal, waarom dan ook niet op andere gebieden?”

Zwarte spelers

Toch zou het in 1894 door de Britten geïntroduceerde voetbal lang blank blijven. Althans, bij de oorspronkelijke witte topclubs. In 1923 verbijsterde Vasco da Gama, de latere club van Romario, door met een gemengd team kampioen van Rio te worden. Maar het duurde tot ver in de jaren dertig voordat onder invloed van de professionalisering zwarte spelers mokkend werden geaccepteerd.

In 1958 was Brazilië het eerste land dat met een multiraciaal team de wereldtitel veroverde. Dat had zelfs tijdens dat toernooi in Zweden veel voeten in aarde. Aanvankelijk was Didi de enige zwarte speler. Pas in de derde wedstrijd werden de jonge sensaties Garrincha en Pelé opgesteld; in de finale speelden drie zwarte spelers en twee van gemengd ras.

Die aarzeling had te maken met racisme én de Noodlottige Finale van 1950. “Brazilië had destijds een heel traditionele samenleving, waarin racisme nooit werd bediscussieerd. Het was part of the game, was je zwart, dan had je te wachten.” Zo stak racisme ook na de ‘verloren wereldtitel’ de kop op.

Hiërarchie

“In het Braziliaanse voetbal was destijds het merendeel van de verdedigers zwart, blanken stonden in de aanval. Dat was de reflex van een interne hiërarchie. De schuld van nederlagen ligt altijd bij de verdedigers; aanvallers blijven buiten schot. De stukken in de kranten waren extreem racistisch. Gesuggereerd werd dat de zwarten in de verdediging psychologisch niet waren opgewassen tegen de druk. En daarmee dat Brazilië door het raciale mengsel een collectief gebrek aan karakter had.”

“Daarbij is de doelman altijd de marginale geweest. De man die een heilige plaats moet beschermen en bij verlies dus altijd verwijtbaar is. En onderwerp is van grappen en spot. Inderdaad, lang had Brazilië geen zwarte doelman, dat is interessant. Mogelijk dat de zwarte doelman in 1950 een stigma werd, een element van ongeluk.”

Dat gold niet voor de veldspelers, integendeel. Weliswaar zal de discussie over wie de beste voetballer ooit was in Brazilië nooit verstommen, beide kandidaten zijn zwart en van ‘kansloze’ afkomst. De aan lager wal geraakte en vroeg gestorven Garrincha, de vertegenwoordiger van het oude, ongeletterde Brazilië. Of Pelé, de eerste grote mondiale sportster en voetbalmiljonair die zich bij de groten der aarde voegde.

Mooiste Team

In het drama dat voetbal in Brazilië is, was de raciale omslag van 1950 naar 1970, van de Noodlottige Voetbalfinale naar Het Mooiste Team, radicaal. De zwarte verschoppelingen zijn aanbeden parels geworden. Collectieve aanbidding en bindmiddel van de Braziliaanse identiteit, geboren uit ‘onmogelijke’ individuele dromen.

Damatta als afsluiting van zijn Essay: ‘Terwijl de regeringsvormen en de Grondwet voortdurend veranderen, terwijl de universiteiten, de munt en de politieke partijen ervoor zorgen dat Brazilianen ernstige twijfels hebben of hun land ooit het stadium van moderniteit kan bereiken, met een plekje onder de zon in het internationale gezelschap van naties, maken voetbal, carnaval en persoonlijke relaties duidelijk dat Brazilië groots, creatief en genereus is en – zoals bij voetbal – een glorieuze toekomst heeft.’

Geplaatst in Braziliaans voetbal

Verwante berichten

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.