Menu Sluiten

Brazilië, de mooiste kampioen

Met frivool voetbal werd Brazilië in 1970 de mooiste wereldkampioen ooit. Trainer en spelers trokken in democratisch samenspel een gordijn van schoonheid op, waarachter zij pion waren van een wrede dictatuur.

Rob Velthuis

¡Hoy! No trabajamos porque vamos a ver a Pelé.
Dat het personeel van Teatro ANDA in Guadalajara het werk neerlegde om naar Pelé te kijken, was niet uitzonderlijk. Een jaar eerder staakten strijders in de Nigeriaanse burgeroorlog tijdelijk het vuren zodat iedereen in Lagos het wonder van Santos kon aanschouwen.

De inwoners van Guadalajara waren in die eerste drie weken van juni 1970 blij verrast. In 1962 en 1966 was ‘s werelds beste voetballer uit de WK-toernooien geschopt. Sceptici vreesden dat de tovenaar op zijn 29ste niet meer bestand zou zijn tegen het keiharde voetbal van die tijd.

Maar Pelé was twaalf jaar na zijn eerste wereldtitel in topvorm. Zelfs veel van zijn niet verzilverde acties waren zo briljant dat ze nog altijd tot de verbeelding spreken: de perfecte kopbal op Gordon Banks; de schijnbeweging waarmee hij zonder bal te raken Mazurkiewicz in de luren legde en de lob vanaf eigen helft waarmee hij de ver voor zijn doel staande Victor op een haar na verschalkt.

De inwoners van Guadalajara waren in die eerste drie weken van juni 1970 blij verrast. In 1962 en 1966 was ‘s werelds beste voetballer uit de WK-toernooien geschopt. Sceptici vreesden dat de tovenaar op zijn 29ste niet meer bestand zou zijn tegen het keiharde voetbal van die tijd.
Maar Pelé was twaalf jaar na zijn eerste wereldtitel in topvorm. Zelfs veel van zijn niet verzilverde acties waren zo briljant dat ze nog altijd tot de verbeelding spreken: de perfecte kopbal op Gordon Banks; de schijnbeweging waarmee hij zonder bal te raken Mazurkiewicz in de luren legde en de lob vanaf eigen helft waarmee hij de ver voor zijn doel staande Victor op een haar na verschalkt.

Onnavolgbaar

Ik was wat gewend met Nederlandse successen in de Europa Cup, met vooral het onnavolgbare spel van Johan Cruijff. Maar Oranje had zich, mede door desinteresse van diezelfde Cruijff, niet bij de zestien WK-deelnemers in Mexico geschaard.

Waarvan ik als jonge tiener dankzij Ajax en Feyenoord genoot, verbleekte bij dit eerste WK dat ik bewust zag. Niet één fenomeen als Cruijff, maar een compleet elftal. Voetbal was in het geel, blauw en groen van de Goddelijke Kanaries een onovertroffen kunstvorm.

Atletische lichamen, feilloze balaannames, nonchalante traptechniek, vloeiende combinaties, soepele passeeracties, bliksemsnelle aanvallen, kanonskogels van schoten, zeldzaam fraaie doelpunten. En de vrijheid om risico’s te nemen.

Liefde

Pas later ontdekte ik de dictatuur die Brazilië verstikte. En de ellenlange, wetenschappelijk geschraagde voorbereiding die aan het betoverende spel ten grondslag lag. Het kon de liefde voor het Braziliaanse voetbal nooit meer doven.

Datzelfde moet hebben gegolden voor de inwoners van Guadalajara. De Brazilianen hadden hen met een maandenlang charmeoffensief voor zich gewonnen. Ze deelden vlaggen, handtekeningen en glimlachen uit. Een oefenwedstrijd tegen een plaatselijke selectie deed Estadio Jalisco met 66.000 fans volstromen.

Pas na een triomftocht van vijf wedstrijden die naar de finale in Mexico City had geleid, nam Brazilië afscheid van Jalisco. Buiten dat stadion op een plein werd meer dan vijf decennia later, aan de vooravond van het WK 2026, een 9.5 meter hoog standbeeld van Pelé onthuld.

Kleur

Kleur versterkte de betovering van het voetbal, al was dat niet vanwege de primeur van de gele en rode kaart. Mexico ’70 was het eerste WK dat wereldwijd rechtstreeks en in kleur werd uitgezonden. Uitgerekend Brazilië moest het zonder dat laatste doen. Net als bij de verovering van de eerste twee wereldtitels laafde de voetbalgekke bevolking zich daar aan zwart-witbeelden, of de ingekleurde radioverslagen.

Die uitzendingen hadden een nog altijd voelbare keerzijde: de televisiekijker is koning, sporters hebben zich aan te passen. Ten faveure van Europa waren de speeltijden op 12.00 en 16.00 uur vastgesteld. In de Mexicaanse zomer was het dan vaak dusdanig heet, dat de bevolking werd geadviseerd binnen te blijven.

Daarbij was Mexico het eerste WK op grote hoogte. Die combinatie versterkte de vrees voor een stomvervelend toernooi. Die bleek ongegrond, veel landen hadden zich terdege voorbereid op de barre condities. De Olympische Spelen van 1968 in Mexico City (2240 meter hoogte) boden daarvoor veel studiemateriaal, waarvan Brazilië het beste gebruik maakte.

Protesten

Mexico had in Gustavo Díaz Ordaz een gekozen president, maar was in de praktijk een dictatuur. Studenten, die een groeiende protestbeweging vormden, wilden hervormingen in onderwijs en samenleving. De hele zomer van ’68 was er onrust in de stad, tot IOC voorzitter Avery Brundage dreigde: weg met de onlusten of de Spelen gaan niet door.

Een week later, tien dagen voor de openingsceremonie, namen politie en leger op het Plaza de las Tres Culturas in de historische wijk Tlatelolco, een demonstrerende massa onder vuur. Bij de Massacre at Tlatelolco kwamen honderden mensen om het leven.

In 1970 bleek dat nog minstens 120 Mexicanen die destijds waren gearresteerd zonder vorm van proces in de cel zaten. Vlak voor het WK kregen deze politieke gevangenen alsnog zware straffen. Amnesty International kwam dat jaar in een zwartboek tot de conclusie dat de straffen afschrikwekkend waren bedoeld om herhaling van onrust te voorkomen.  

Dictatuur

Ook Brazilië ging gebukt onder een dictatuur, namelijk die van generaal Emilio Garrastazu Médici. Hij liet zijn tegenstanders martelen en/of spoorloos verdwijnen, terwijl hij goede sier maakte met “spectaculaire economische groeicijfers”. Handig maakte hij gebruik van de opkomende kracht televisie. Bijvoorbeeld in 1969 met de ontvangst van Pelé na diens duizendste doelpunt.

Médici liet zich als fan van Flamengo regelmatig zien op het ereterras van Maracanã. Voetbal was het belangrijkste exportproduct van het land. Een derde wereldtitel zou een groots monument zijn voor Médici’s ambities, en voor het volk de verdovende opium van nationale trots.

Uitputting

Na de wereldtitels van 1958 en 1962 was het toernooi van 1966 in Engeland een drama geworden. Santos, ’s werelds beste club en belangrijkste leverancier van de wereldkampioen, had met Pelé als goudmijn zijn spelers tot uitputting gedreven met lange Europese tournees. Met 1966 in zicht volgde de Braziliaanse voetbalbond CBF dat lucratieve voorbeeld.

Na een voorbereiding met een selectie van 47 spelers vertrouwde bondscoach Vincente Feola uiteindelijk op de veelal oude, versleten wereldkampioenen. Brazilië won in de groepsfase van Bulgarije, maar leed vernietigende 3-1 nederlagen tegen Hongarije en Portugal. In die laatste wedstrijd werd de al niet fitte Pelé genadeloos uit het toernooi getrapt.

Misverstand

Laten we hier een misverstand uit de weg ruimen: het geloof dat Brazilianen als vanzelf superieure voetballers zijn. Ja, tot ’62 misschien, toen voetbal in de kinderschoenen stond. Maar al in 1958 in Zweden was er geen deelnemend land op het WK met zo’n uitgebreid begeleidingsteam: fysiotherapeuten, een arts, diëtist, tandarts en zelfs een psycholoog.

Waar echter amper aandacht voor was: de fysieke voorbereiding. Dat brak Brazilië in ’66 tegen de steeds sterkere Europese teams op. In 1970 stond het mondiale voetbal op de drempel van het huidige professionalisme. Pelé was de eerste voetbalmiljonair en Brazilië gold met hulp van het leger als voorloper op conditioneel gebied.

Mythologisch

Legercommandant Lamartine DaCosta: “Je kunt niet werken met mensen die geloven dat dingen mythologisch worden bepaald.” DaCosta was specialist in de biometeorologie aan de militaire school voor lichamelijke opvoeding in Rio de Janeiro.

Tijdens zijn verblijf bij het WK van 1966 was hem de goede conditie van de Europese spelers opgevallen. Twee jaar later, tijdens de Olympische Spelen in Mexico City, onderzocht hij hoe zuurstofschuld op 2240 meter hoogte in combinatie met hoge temperaturen de sportprestaties beïnvloeden.

Coopertest

Onder zijn leiding kwam er bij de seleção een verschuiving van technische naar fysieke voorbereiding. Die werd praktisch vormgegeven door legerkapitein Claudio Coutinho. Deze conditietrainer had dankzij contacten met NASA veel geleerd over de voor astronauten ontwikkelde Coopertest.

Met testen met deze 12-minutenloop, individuele programma’s en intervaltrainingen bouwden de spelers een superieure conditie op. De vier zwaarste wedstrijden, de groepsduels met Tsjecho-Slowakije en Engeland, de halve finale tegen Uruguay en de finale tegen de Italianen besliste Brazilië na gelijke stand bij rust in de tweede helft. In die laatste twee duels werd niet eens gebruik gemaakt van de nieuwe regel die twee wisselspelers toestond.

Voorbereiding

In februari begon de voorbereiding van ruim vier (!) maanden. Op zeeniveau werd in Rio de Janeiro vijf weken gewerkt aan de basisconditie. Een reis omhoog via Brasília, Manaus en Bogotá voerde naar Mexico. Daar werd in speelstad Guadalajara (op 1590 meter) vijf weken geacclimatiseerd, waarna een kamp werd opgeslagen in Guanajuato op ruim 2000 meter.

Revolutie

Het kostte overredingskracht om bondscoach João Saldanha van de noodzaak van deze technocratische revolutie te overtuigen. Saldanha was meer een populaire radioverslaggever met heldere analyses dan een doordachte voetbaltrainer. Een heetgebakerde communist was hij bovendien.

Terugkijkend concludeert sterspeler Tostão: “Saldanha had de laatste persoon moeten zijn om aan te stellen. Waarom was Saldanha deel van een begeleidingsstaf vol met militair personeel? Een communistische coach tijdens de militaire dictatuur, waar kwam die keuze vandaan?” 

Saldanha had Brazilië eenvoudig door het kwalificatietraject tegen Venezuela, Colombia en Paraguay geleid. De doelcijfers na zes gewonnen duels waren met 23-6 imponerend, net als de helden Tostão met tien en Pelé met zes treffers. Maar het 4-2-4 systeem was achterhaald, de tegenstand zwak.

Doodzonde

Saldanha kwam geschrokken terug van een verkenning in Europa. Hoe moest zijn verdediging het bolwerken tegen de lange, fysiek sterke, keihard spelende Europeanen? Hij begon zijn selectie op te schudden, stuurde vijf verdedigers inclusief twee keepers weg.

De resultaten werden minder. Saldanha ageerde in interviews met de Europese pers tegen het regime; bedreigde zijn grootste criticaster Dorival Knippel, coach van Flamengo, met een pistool; negeerde adviezen van de teamarts. En toen volgde zijn doodzonde: vier dagen na verlies tegen het niet geplaatste Argentinië dreigde hij de volgens hem bijziende Pelé uit de selectie te gooien.

Zagallo

Anderhalve maand voor vertrek naar Mexico werd Saldanha zonder toelichting ontslagen en vervangen door Mario Jorge Zagallo. Het was de hereniging van twee oude bekenden: de jonge coach van Botafogo was in 1958 en 1962 met Pelé wereldkampioen geworden. De dienstbare, eerste meeverdedigende linksbuiten bleek een dienstbare coach geworden. Met het uitstralen van rust en zijn vooruitstrevende 4-3-3 speelwijze was hij de tegenpool van Saldanha.

Zagallo had daarbij het geluk dat Tostão zich op tijd bij de selectie kon voegen. In september 1969 had ‘de witte Pelé’ een bal op het oog gekregen waarna het netvlies losliet. De scherpschutter dreigde half blind te worden tot een risicovolle operatie in Houston uitkomst bracht.

Puzzel

De intelligente Tostão was het muntje dat het mechanisme van creativiteit in werking zette. Daarvoor moest Zagallo eerst een lastige puzzel oplossen: hoe smeed ik zoveel aanvallend ingestelde sterren als Pelé, Tostão, Jairzinho, Rivellino, Gerson en (de offensieve verdediger) Carlos Alberto tot een homogeen team? Lang waren er zelfs twijfels of Pelé én Tostão wel samen in één elftal pasten. Tot bleek dat ze elkaar in het veld telepathisch aanvoelden, “Analoge communicatie”, zoals Tostão het noemde..

Pas in de laatste oefenwedstrijd voor vertrek naar Mexico begon het spel vorm te krijgen. Desondanks concludeerde Rivellino: “Niemand geloofde in Brazilië.”

De Cobra’s

De opleving op de valreep tegen Oostenrijk was niet alleen de verdienste van Zagallo, die zo gesloten was over zijn tactische plan dat een spelersopstand dreigde. Pelé, aanvoerder Carlos Alberto en strateeg Gerson voerden urenlange discussies over de opstelling en speelwijze. Het trio, De Cobra’s genoemd, kwam de avond voor de wedstrijd met een tactisch voorstel dat Zagallo accepteerde.

Spits Dario, die ‘op verzoek’ van Médici deel uitmaakte van de selectie, werd uit het elftal gezet. Middenvelder Tostão schoof op als aanvallende linksbinnen, met Pelé schuin voor zich in het centrum. Rivellino, de besnorde man met het vernietigende schot, kreeg een dubbelrol als dekkende middenvelder en vleugelaanvaller op links. Daardoor kon bij balbezit razendsnel worden overgeschakeld van 4-3-3 naar 4-2-4. Felix keerde terug in het doel. Het basisteam was daarmee bijna geformeerd.

Democratie

Vanaf dat moment werd in democratisch overleg over de opstelling beslist. Kort voor het WK resulteerde dat in nog een belangrijke aanpassing: de 1.66 meter kleine Piazza werd van middenvelder libero, waardoor naast Gerson ruimte kwam voor de jonge verdedigende middenvelder Clodoaldo. Dat gaf spelverdeler Gerson bewegingsvrijheid voor zijn diepe precisiepasses.

In Mexico beschikten de spelers over handgemaakte kleding met op de hitte toegesneden textiel. Diëten waren aangepast aan de Mexicaanse eetgewoonten. Voorkomen werd dat de lange, geïsoleerde trainingskampen een sfeer van militaire discipline hadden. “Alles was gericht op totale onderdompeling in het technische deel van het spel”, aldus Tostão.

Gebedsbijeenkomst

Natuurlijk was er verveling, heimwee zelfs zoals bij Pelé. Toen hij van zijn vrouw Rosemeri hoorde dat thuis door de familie dagelijks voor de spelers werd gebeden, organiseerde hij gebedsbijeenkomsten. In Guanajuato werden dat na het eten drukbezochte gebeurtenissen onder een oude boom.

“We baden voor de zieken, voor hen die gevangen zaten, het was geen kwestie van God vragen om de beker te winnen”, aldus Piazza. “Al snel deed iedereen mee, van de kok tot de baas van delegatie. Er ontstond een spirituele kracht, het gaf ons het gevoel verbonden te zijn als een groep en vertrouwen toen de eerste wedstrijden naderden.”

De mentale kracht zat ook in het zich bewust zijn van kwetsbaarheid. De zwakte werd in de eerste wedstrijd al na elf minuten met een treffer van de Tsjechoslowaak Ladislao Petráš blootgelegd. Brazilië zou de mooiste wereldkampioen worden, het was niet de perfecte. Op de wedstrijd tegen Engeland na werden doelpunten geïncasseerd door zwakke momenten of zelfs onbegrijpelijke fouten van verdedigers en/of de wisselvallige Felix.

Onevenwichtig

Die onevenwichtigheid voorkwam de hoogmoed waardoor het superieure team van 1950 in de beslissende WK-wedstrijd tegen Uruguay een tegenslag niet meer te boven kwam. In Mexico werd de schade telkens met geduld en wonderschone acties uitgewist.

Uiteindelijk stond er na de zes wedstrijden een doelsaldo van 19 voor en 7 tegen. Liefst zeven spelers tekenden voor treffers. Jairzinho (7) vestigde een record door in alle wedstrijden te scoren. Pelé (4) groeide met zijn onbaatzuchtige spel en briljante assists uit tot ster van het toernooi. Twaalf jaar eerder was hij dat al als kwetsbare 17-jarige tiener. In Mexico bleek hij de talloze aanslagen op zijn lijf te hebben overleefd door ook zelf keihard te kunnen uitdelen (voor de elleboogstoot op Fontes tegen Uruguay had hij rood kunnen krijgen) en werd de enige speler met drie wereldtitels en doelpunten op vier toernooien.

De Jules Rimet beker, het fraai gouden beeldje, werd met de derde wereldtitel definitief Brazilië ‘s eigendom na een slalom langs een vicewereldkampioen (Tsjecho-Slowakije) en de drie oud-wereldkampioenen Engeland, Uruguay en Italië. Financiële rijkdom leverde het vier maanden lange avontuur de spelers niet op: 10.000 dollar. Wel eeuwige roem.

Dieven en dronkaards

In het sleutelduel in groep C met titelverdediger Engeland was het of Brazilië, zonder de geblesseerde Gerson en Rivellino, een thuiswedstrijd speelde. De populariteit van het team stond in groot contrast met de haat jegens de Engelsen. Coach Sir Alf Ramsey had een jaar eerder tijdens een Mexicaans trainingskamp weinig diplomatiek kritiek gespuid op organisatie en volksaard.

De wereldkampioen had voor het WK een touringcar met chauffeur naar Mexico laten overvaren en voorzag in eigen levensmiddelen, tot sinaasappels toe. In de pers werden de Engelsen afgeschilderd als “team van dieven en dronkaards” en arrogante kolonialen.

Meer dan 66.000 Mexicanen trotseerden de middaghitte die opliep tot 36°C. Naarmate de jaren vorderden groeide het duel uit tot mythische proporties. In de praktijk was het een trage, middelmatige wedstrijd die vanwege de spanning en omstandigheden meeslepend was. De spelers verloren gemiddeld vijf kilo (!) aan lichaamsgewicht. Drinkpauzes waren niet toegestaan.

Memorabel

Twee memorabele momenten vielen te noteren. Na tien minuten lanceerde Carlos Alberto over rechts de in de diepte sprintende Jairzinho, die zijn tegenstander op volle snelheid passeerde en vanaf de achterlijn het hoofd van Pelé vond. Diens explosieve kopbal naar de grond leek voor iedereen een treffer, maar de reflex van Banks was meesterlijk.

Het enige doelpunt, voor mij het mooiste van het toernooi, viel na een uur. Tostão zag zijn schot afketsen op een verdediger, haalde de bal terug, zette een een-tweetje met Paulo Cesar op en soleerde links het vijandelijk strafschopgebied binnen. Drie tegenstanders zette hij op het verkeerde been, waarbij de grote Bobby Moore door de benen werd gespeeld.

In een draai van 180 graden legde Tostão vallend de bal met een boogje voor de voeten van Pelé, die drie verdedigers op zich zag afstormen. Met een achteloze buitenkant voetbeweging legde hij de bal naar rechts vrij voor Jairzinho, die Banks met een diagonale granaat in de bovenhoek kansloos liet.

Verrader

Als groepswinnaar had Brazilië het voordeel dat het in Guadalajara mocht blijven. Het ontving het verrassende Peru, dat onder leiding stond van de Braziliaanse legende Didi en in Teófilo Cubillas een grootse speler had. Didi’s gedegen werk voor Peru werd als verraad beschouwd, zeker toen hij de tegenstander beschouwde als “inferieur aan dat van ’58”.

In een aantrekkelijk duel stond Peru al na een kwartier twee treffers achter -mede door de snelcursus hoe scoor ik uit de korte corner van Tostão- en vormde voor Brazilië in de sterkste opstelling geen bedreiging. Al strafte het wel tweemaal de zwakke Braziliaanse verdediging af: 4-2.

Trauma

Amper terug in de kleedkamer verdween de euforie bij het volgen van het radioverslag van de verlenging Rusland-Uruguay. De treffer vlak voor tijd was discutabel, maar Uruguay pookte ermee het trauma van Maracanazo van 1950 weer op.

Destijds werd Uruguay schromelijk onderschat, dit keer gevreesd. Met Mazurkiewicz als beste doelman van het continent en voor hem een rij keiharde tot gemene verdedigers. Gehuiverd werd bij de gedachte aan tackles van Urbine, Ancheta, Matosas en Mujica. Brazilië stapte onzeker het veld op. Na 19 minuten stond het bikkelhard en beter spelende Uruguay met 1-0 voor. Cubilla profiteerde met een slap balletje van de weinig doortastende Brito en Felix.

Na Clodoaldo’s prachtige gelijkmaker op slag van rust volgde een toespraak van de emotionele, zelfs huilende Zagallo. Hij kon het angstige spel niet aanzien. Het had een aan de hand van Pelé herboren Brazilië als resultaat. In de conditieslag brachten Jairzinho en Rivellino in het laatste kwartier de verlossing.

Thriller

Brazilië had het geluk dat in de ‘Europese’ speelhelft drie oud-wereldkampioenen elkaar in legendarische duels mét verlenging uitputten. In de kwartfinale nam West-Duitsland revanche op Engeland voor de verloren finale van 1966: 3-2. Daarop volgde in de halve finale de thriller van het toernooi. Daarin kwam West-Duitsland in de slotminuut op 1-1 gelijk met Italië, dat uiteindelijk na een dramatisch scoreverloop met 4-3 won.

Niet voor het laatst was Italië de groepsfase door gekomen op een doelsaldo van 1-0. Mexico was in de kwartfinale een hapklare brok maar de uitputtingsslag met West-Duitsland werkte door in de finale. Het Italiaanse kamp was bovendien verdeeld omdat coach Valcareggi op het middenveld niet kon kiezen tussen Mazolla en Europees voetballer van het jaar Rivera. Tegen Brazilië maakte hij zich belachelijk. Hij bracht ze pas samen door Rivera 8 minuten voor tijd bij een 3-1 achterstand van de bank te halen.

Italië speelde in de finale in het Aztekenstadion van Mexico City catenaccio met falende aanvallers en een onmachtig middenveld, waarop Gerson glorieerde. Even rezen er twijfels over de nieuwe kampioen. Nadat Pelé koppend voor 1-0 had getekend, scoorde Boninsegna voor rust de gelijkmaker. Hij profiteerde van een frivool hakballetje van Clodoaldo en een botsing van Brito met de ver uit zijn doel gekomen Felix.

Sambavoetbal

Na dit cadeautje was de tweede helft een demonstratie van sambavoetbal waarbij Italië er met 4-1 genadig afkwam. Gerson bracht Brazilië op voorsprong en orkaan Jairzinho vestigde zijn doelpuntenrecord. Over negen schijven werd vervolgens de slottreffer van aanvoerder Carlos Alberto voorbereid. Het was vlak voor tijd het uitroepteken achter het magistrale Braziliaanse teamspel.

De derde Braziliaanse wereldtitel was de triomf van superieur, open aanvalsspel. De overwinning van creativiteit op risicoloos afbraakvoetbal. Al was de viering angstaanjagend toen het veld werd bestormd door niets ontziende souvenirjagers. Tostão vluchtte in doodsangst de kleedkamer in nadat hij tot op zijn onderbroek was uitgekleed.

Triomftocht

De wereldkampioenen werden rechtstreeks naar Brasília gevlogen. Daar volgde een triomftocht op brandweerwagens geëscorteerd door trucks met gewapende soldaten. Médici opende voor het eerst de deuren van zijn presidentiële paleis voor het publiek en ontving buiten, voor het oog van de tv-camera’s, de spelers met omhelzingen en een nationalistische toespraak. Uiteindelijk hief Médici zelf de Jules Rimet trofee. De triomf van het elftal was de zijne geworden.

Pelé, die Médici euforisch omhelsde, is vaak verweten dat hij te meegaand was met het regime. In feite was er slechts één wereldkampioen die zich de situatie werkelijk realiseerde: Dr. Eduardo Gonçalves de Andrade, ofwel Tostão. Van de spelers die Garry Jenkins interviewde voor zijn boek The Beautiful Team is hij de enige die zegt spijt te hebben van zijn aanwezigheid bij de ontvangst in Brasília.

Consequenties

Tostão was zich bewust van de wreedheid van het regime, hij wist van de martel- en moordpartijen. Voor het WK had hij in een interview zijn visie daarop gegeven. Later, na een anoniem dreigtelefoontje, daalden de mogelijke consequenties daarvan bij hem in.

Als wereldkampioen was hij onaantastbaar, die bescherming genoot zijn familie niet. “Ik kan me nog helder herinneren dat ik me met de situatie (ontvangst door Médici, rv) ongemakkelijk voelde, ik wilde er niet naartoe. Maar ik dacht aan de gevolgen die dat kon hebben. Wegblijven was dé kans om te protesteren. Die heb ik laten liggen, daar heb ik enorme spijt van.”

Belangrijkste bronnen: Garry Jenkins, the Beautiful Team. Sam Kunti, Brazil 1970 How the greatest team of all time won the World Cup. Brian Glanville, The story of the World Cup. Ryan Murthe, “When the Guns Boom”: The 1968 Olympics and the Massacre at Tlatelolco. ESPN, Brazil’s 1970 World Cup squad were pioniers in physical preparation.

Geplaatst in Braziliaans voetbal

Gerelateerde berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.