Menu Sluiten

Ongehoord is een serie over muziek beleven met gehoorproblemen. Van voelen, maken tot componeren, zelfs bij complete doofheid. Deel 6: Janine Roebuck.

Eindelijk weer horen in kleur

Janine Roebuck

Janine Roebuck was de enige dove mezzosopraan met faam. Pas na haar pensionering liet ze cochleair implantaten plaatsen en kan ze weer meezingen met haar muziekopnames.

Rob Velthuis

Bluf als verdediging, soms gevolgd door vernedering. Als tijdens een auditie van ver uit het theater een vraag opdoemt, gokt ze op ‘wat ga je zingen?’ Madame Butterfly. Waarna uit de reacties blijkt dat het antwoord nergens op slaat. Is naar haar naam gevraagd, Janine Roebuck.

Als dertienjarig meisje maakt Roebuck haar zangdebuut in een schoolproductie van Gian Carlo Menotti’s opera Amahl and the Night Visitors en weet ze dat haar toekomst op het toneel ligt. Vijf jaar later laat ze na toenemende klachten een gehoortest doen en voelt het advies van de professor als een klap in haar gezicht: “Zing zolang je nog kan, want je zult nooit een carrière in de muziek hebben.”

Dat antwoord was aan deze eigenwijze dame niet besteed. Ruim tien jaar lang hield ze haar afglijden naar volledige doofheid zelfs voor haar directe omgeving geheim. Pas toen ze was uitgegroeid tot de mezzosopraan die (hoofd)rollen speelde in alle grote theaters van het Verenigd Koninkrijk, over de wereld toerde, optrad voor radio en televisie en een one woman show (This Thing Called Love) had, trad ze met haar handicap naar buiten. Toen kon ze zichzelf niet meer horen zingen.

Doofheid in familie

Als kind negeerde ze de progressieve doofheid binnen haar familie. De betovergrootmoeder van Roebuck was stokdoof en de helft van haar kinderen gaf de genafwijking door aan volgende generaties. De kleine Janine had aanvankelijk nergens last van en stortte zich vol overgave op zingen. Slechts even was ze als achttienjarige uit het veld geslagen door de vernietigende diagnose van ongeneeslijke progressieve zenuwdoofheid.

Of het nu moed of onbezonnenheid was, ze weet het nog altijd niet, Roebuck hield vast aan haar plannen. Met de vage hoop dat voortschrijdende technieken de oplossing zouden brengen. Ze ging studeren aan achtereenvolgens het Royal Northern College of Music in Manchester, het Conservatorium van Parijs en de National Opera Studio in Londen. “Ik hield mijn doofheid geheim, in de overtuiging dat die anders mijn carrière zou verwoesten. Of medelijden zou opwekken. Ik wilde mijn rollen krijgen op basis van mijn verdiensten.”

Visuele cirkel

Haar bluf leidde bijna haar ondergang in, zeker toen haar gehoorverlies in een versnelling kwam en ze haar hoge noten niet meer kon horen. Ze kwam in een visuele cirkel terecht. Ze forceerde haar stem om zichzelf beter te kunnen horen, maar die stem verloor daardoor draagkracht voor de zaal.

Met angst en stress verdween bovendien de voor zingen noodzakelijke ontspanning. “Ik wilde geen blok aan het been worden en was versteend van angst dat ik vals zou zingen”, zei ze onder meer in een eigen bijdrage in The Guardian in 2007. “Optreden was een vreselijke aanslag op mijn zenuwen. Voor het opkomen was ik bang en wilde vluchten.”

De gehoorproblemen namen toe na behandeling met chemotherapie tegen borstkanker. Zingen in luidruchtige oefenruimtes werd een steeds groter probleem. Toen tijdens een optreden het toneelgeluid voor de artiesten niet werkte, viel ze door de mand. “Een opmerkzame criticus vroeg zich af of ik het orkest überhaupt wel kon horen.”

Vernederd

Dat leidde tot de beslissing om openheid van zaken te geven. “Ik was vernederd toen een dirigent me herhaaldelijk dwong mijn partij voor een cadens met de fluit te repeteren, omdat ik de fluitist niet goed kon horen. Ik had dringend hulp nodig en ging uiteindelijk naar het Royal National Throat, Nose and Ear Hospital, waar ik als ernstig doof werd aangemerkt.”

Roebuck was in de 30 toen ze haar eerste gehoorapparaten kreeg. Het was alsof ze een oude, bekende wereld binnenstapte. Voor het eerst sinds tien jaar hoorde ze weer vogels fluiten en maakte in de muziek de kakafonie van geluiden weer plaats voor gedetailleerde plaatsing van de instrumenten.

Visuele hulp

Visuele hulp bleef voor Roebuck cruciaal. Zag ze geen lippen bewegen, dan begreep ze geen spraak. Tijdens concerten moest ze de dirigent nauwlettend in de gaten houden en tegelijkertijd op de ademhaling letten van haar collega’s om gelijk met ze op te zingen. “Ook heb ik een sterk ontwikkeld zesde zintuig, mijn intuïtie. Ik moest al mijn zintuigen inzetten om goed te functioneren.”

Veel dankte ze aan haar zangleraar, die ze haar blindengeleidehond noemde. Hij leerde Roebuck op intuïtie te zingen en te stoppen met naar zichzelf luisteren. “Luisteren naar jezelf is sowieso slecht voor je zangtechniek, want iedereen heeft een vervormde perceptie van het eigen stemgeluid. Mijn zangleraar leerde me om op mijn techniek te vertrouwen en op het ritme van mijn ademhaling en hartslag te zingen.” Daarbij moet ze al haar nummers in elke nieuwe locatie en met elk nieuw orkest opnieuw repeteren, omdat de akoestiek overal anders is.

De ontwikkeling van gehoorapparaten, die ze fenomenaal noemt, bleek cruciaal toen haar gehoor slechter en slechter werd. Tot het verlies van de lage frequenties enkele jaren geleden alarmerend werd en ze moeite had haar toonhoogte te houden. Dat leidde tot haar gedwongen pensioen.

In de zomer van 2019 liet Roebuck cochleaire implantaten aanbrengen, “de kans om weer in kleur te horen”. Ofschoon het minstens een jaar duurt voordat het gehoor daar volledig op is aangepast, noemde ze die onlangs “zonder enige twijfel het beste dat me is overkomen in mijn hele leven. Bionisch zijn is een onmeetbare zegen. Het leven wordt niet verrassender dan dit.”

Ze kan inmiddels meezingen met haar eigen plaatopnames en voerde voor het eerst sinds decennia een telefoongesprek. “Ik word me bewust van wat ik al die jaren heb gemist. En voel daarbij een overweldigende dankbaarheid dat dit allemaal wordt teruggebracht.”

Actievoerster

Janine Roebuck concludeert dat ze op zanggebied veel meer had kunnen bereiken zonder doofheid. Aan de andere kant kreeg haar leven erdoor een bredere betekenis, als motivatie spreker en gepassioneerd ambassadeur voor onder meer de organisatie Royal National Institute for Deaf People (RNID) en actievoerster om van de wereld voor doven een betere leefomgeving te maken.

 “Volg je hart en je dromen. Is je doofheid een struikelblok of een springplank? Laat nooit iemand je vertellen dat je dingen niet kan bereiken – er is altijd een manier. Strijd en obstakels kunnen je sterk en vastberaden maken om meer te kunnen.”

Zeker als de volharding wordt beloond. “Eens vertelde een dirigent zijn orkest pas nadat ze me hadden horen zingen dat ik doof was. De staande ovatie die ik kreeg is de reactie die ik het meest koester.”

Geplaatst inOngehoord

Related Posts

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.