Menu Sluiten

Ongehoord is een serie over muziek beleven met gehoorproblemen. Van voelen, maken tot componeren, zelfs bij complete doofheid. Deel 5: Ludwig van Beethoven .

Beethoven’s onovertroffen ‘geestesoor’

© Sergio Artigas

Can you hear the music, can you hear the music?
Can you feel the magic hangin’ in the air?
– The Rolling Stones –

Hoe dover Beethoven werd, hoe briljanter zijn werk. De composities gemaakt toen hij niets meer hoorde worden beschouwd als een ‘openbaring uit een ander wereld’.

Rob Velthuis

Over de grootsheid van zijn klassieke werk bestaat geen discussie. Eindeloos zijn die er wel over de oorzaak van zijn doofheid, en de invloed die zijn gezondheid daarop had. En vooral natuurlijk over de invloed van zijn steeds stiller wordende wereld op zijn composities.

Die eerste twee zaken kunnen kort worden afgehandeld: daarover bestaan louter speculaties. Het meest voor de hand liggend is dat otosclerose (vergroeien van de gehoorbeentjes in het middenoor) de oorzaak was van zijn rond 1795 intredende gehoorverlies, resulterend in volledige doofheid in 1819. Die gehoorbeentjes zijn na zijn dood in 1827 tijdens de autopsie verwijderd en sindsdien spoorloos.

Verder zijn er speculaties dat Beethovens drankgebruik, leverkwaal, slechte spijsvertering en zware stemmingswisselingen van invloed zijn geweest op zijn gehoor. De wetenschapper P. Harrison doet dat in zijn onderzoek De effecten van doofheid op muzikale compositie af met ‘hobby van artsen’.

Virtuoze pianist

De in 1770 in Bonn geboren Ludwig van Beethoven werd als kind het muzikale product van zijn vader. Deze hofzanger liet zijn zoon dagelijks urenlang oefenen op de piano. Het kind groeide uit tot de gewenste virtuoze pianist, die zich rond de eeuwwisseling bovendien ging manifesteren als componist. Het wonderlijke is dat de groei tot een van ’s werelds belangrijkste klassieke componisten samenvalt met zijn toenemende tinnitus en gehoorverlies. Zijn meest geroemde werken leverde hij af in een staat van volledige doofheid.

Beethoven hield zijn gehoorklachten lang verborgen. Begin 1800 was hij enkele jaren diep ongelukkig en geïsoleerd doordat hij sociale contacten vermeed. Hij vreesde het einde van zijn muziekcarrière, zelfs de gedachte aan zelfmoord kwam in hem op. Totdat hij zich neerlegde bij het inzicht dat hij permanent doof zou zijn en slechts muziek hem verlossing kon schenken.

Doofheid en componeren

De intrigerende onderzoeksvraag die Harrison in 1988 stelde is: hoe kan doofheid het karakter van de muziek die hij produceerde hebben veranderd, net als bij zijn lotgenoten? De wetenschapper zoekt naar “de wisselwerking van doofheid met het creatieve proces, de psychologische gevolgen en de effecten ervan op de bron van muzikale inspiratie”.

Harrison concludeert dat met het afnemende gehoor van Beethoven de hoge tonen uit zijn muziek verdwenen. Die keerden daarin weer terug tijdens zijn complete doofheid. Dat is een opvatting die nog altijd bijval vindt, al werd die al in 1989 weerlegd door J. Yanz en S. Liston in hun studie Beethoven’s deafness. In Deafness and liver disease in a 57-year-old man: a medical history of Beethoven stellen A.C.F. Hui en S.M. Wong in 2000 dat Yanz en Liston uit een analyse van zijn symfonisch werk hebben aangetoond dat er geen afname was in Beethovens gebruik van hoge tonen. Dat suggereert dat hij deze hoge tonen eerder in zijn geest waarnam dan vertrouwend op gehoor.

Geestesoor

Zoals veel van zijn collega’s hoefde Beethoven tijdens het schrijven de klanken niet te horen. Sterker nog, hij adviseerde anderen nooit te schrijven met een instrument binnen handbereik. Harrison: “Componisten hebben een duidelijk idee, vermoedelijk ontstaan uit een mix van aangeboren vaardigheid en ervaring, welke melodische en harmonische combinaties goed samen gaan. Om als het ware hun ‘geestesoor’ te gebruiken.”

“Misschien kunnen dove componisten hierin nog een stap verder gaan door de controle van luisteren helemaal achterwege te laten, zelfs na voltooiing van het werk. Het mentale vermogen en de flexibiliteit die nodig zijn om de partituur van een symfonie, van het kleinste detail tot het volledige overzicht, in gedachten te houden, moet enorm zijn. Dit geldt al voor degenen die er alleen maar naar luisteren. Zijn onvermogen om het eindproduct te horen was mogelijk wel verantwoordelijk voor de lange tijd die hij besteedde aan zijn werken. Om er absoluut zeker van te zijn dat hij had geschreven wat hij wenste dat anderen zouden horen.”

Harrison sluit niet uit dat de afgesloten staat van zijn geest voor externe geluiden Beethoven heeft geholpen bij een intensere concentratie op de melodieën in zijn hoofd. Daartegenover staan de nadelige effecten van tinnitus, die constante nachtmerrie. Beethoven in een brief aan zijn arts uit 1801: ‘mijn oren… ze fluiten en brullen onophoudelijk, dag en nacht … ‘.

Stemmingswisselingen

Hoe dan ook, in de periodes van zijn somberste stemmingen werkte Beethoven aan verschillende composities tegelijkertijd en leverde zijn beste materiaal. Een mogelijke verklaring kan zijn dat de doofheid zijn stemmingswisselingen versterkte. Ook bij andere componisten, zoals de manisch-depressieve Schumann, gingen cycli van extreme stemmingen vooraf aan het schrijven van grootse werken.

© Sergio Artigas

Na de alom geprezen 3e symfonie Eroïca (1803-1804) volgde, mede door sores in de familiesfeer, een periode van inactiviteit. Om in zijn dertien laatste levensjaren tot vlak voor zijn dood (1827) zijn absolute meesterwerken te schrijven. Daaronder de Missa solemnis opus 123 en de laatste strijkkwartetten. Opus 131: Strijkkwartet nr. 14 werd door collega’s als buitenaards beschouwd. Franz Schubert: “Wat kun je hierna nog componeren?” Stravinsky: “Alles aan dit meesterwerk is perfect, onveranderlijk, onvermijdelijk. Het gaat de onbeschaamdheid van lofprijzing te boven”. Wagner: “Een openbaring uit een ander wereld”.

In het onbekende

“Het is alsof met de naderende dood en twintig jaar van doofheid – met alle psychologische en muzikale gevolgen van dien – zijn capaciteiten hem een stap verder in het onbekende brachten”, stelt Martin Cooper in zijn boek Beethoven: The last decade 1817-1827. “De resultaten zijn losgekoppeld van al het andere dat tot die tijd is geschreven, onvoorspelbaar en oprecht creatief zonder vals te klinken.”

Cooper benadrukt de ‘metafysische kwaliteit’ van de kwartetten. Hij suggereert dat ze “bewijs leveren van een toestand die ligt achter, onder, na en -zo lijkt het vaak- in flagrante tegenspraak met de alledaagse wereld van verschijnselen zoals die worden waargenomen door onze zintuigen en geïnterpreteerd door ons intellect.”

Tussen de verschillende strijkkwartetten worden complexe muzikale links gezien, net als extreem van elkaar verschillende passages. Cooper interpreteert dat als “bewijs van een innerlijk leven van bijna ongeëvenaarde realiteit en intensiteit”, die mogelijk het gevolg is van zijn doofheid. Al blijft ook dat speculeren.

Hulpmiddelen

Net als andere dove muzikanten en componisten maakte Beethoven gebruik van hulpmiddelen, zoals oortrompetten met hoofdbeugels die aan de resonantiekamer van de piano waren bevestigd. Of een dunne houten staaf die hij aan de klankbodem van de piano bevestigde en tussen zijn tanden klemde, waardoor de geluidstrillingen via zijn tanden en kaakbeen zijn gehoororgaan bereiken. Ook installeerde hij speciale kappen over de piano om het geluid op hem te concentreren.

Desondanks vernielde hij nogal eens een piano omdat hij de toetsen te hard aansloeg. Zijn Duitse collega Louis Spohr zei nadat hij een repetitie van Beethoven in 1814 had bijgewoond: “In forte passages beukte de arme dove man op de toetsen totdat de snaren rammelden. En in piano speelde hij zo zacht dat hele groepen noten werden weggelaten, waardoor de muziek onbegrijpelijk was tenzij je in het stuk kon meekijken. Ik was diep bedroefd over zo’n zwaar lot.” Spohr bekende als conservatieve componist dat hij het latere werk van Beethoven niet begreep en ook niet kon waarderen.

Herinneringen en sentimenten

Beethoven gebruikte geen visuele fantasieën zoals vormen of kleuren als bron van inspiratie. Muzikaal schilderen, noemde hij dat spottend. Liever greep hij terug op herinneringen en sentimenten. Ook beschreef hij de processen die betrokken zijn bij het verfijnen en polijsten van zijn creaties in ruimtelijke termen als ‘smalheid’, ‘hoogte’ en ‘breedte’, en dat ‘het beeld vlak voor mij groeit . . . ‘. Harrison: “Deze intieme relatie tussen de zintuigen kan verklaren hoe de afwezigheid van één signaal – geluid, in Beethoven’s geval – expressie en creativiteit niet in de weg hoeft te zitten, met in zekere zin een compenserend centraal mechanisme.

Beethoven liet zijn fantasie werken bij grote  gebeurtenissen, zoals Napoleons veroveringen in het Pianoconcert Nr. 5 (Keizersconcert), of landschappen in Pastorale. Ook de poëzie van Goethe vormde de inspiratie voor verschillende van zijn werken, waaronder het treurspel Egmont. Ook sprak hij van muziek die in dromen tot hem kwam. Maar meestal kwamen de ideeën spontaan in zijn onderbewustzijn op. Bepaalde stemmingen riepen “tonen op die daarvan de weerklank vormen, woede en brullen tot ze eindelijk voor me staan in de vorm van noten.”

Over de rol van doofheid op Beethovens compositie moet Harrison tot zijn frustratie een sluitend antwoord schuldig blijven. Er is immers geen manier om er achter te komen hoe zijn muziek zich had ontwikkeld zonder zijn handicap en de andere aspecten van zijn persoonlijkheid. Al heeft Beethoven samen met lotgenoten als Robert Franz, Bedřich Smetana en Gabriel Fauré duidelijk gemaakt dat de geest in staat is zware handicaps te compenseren. En dat daarmee de creativiteit zelfs kan zegevieren.

Geplaatst inOngehoord

Related Posts

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.